vrijdag 4 april 2008

de preek

PREEK TWEEDE ZONDAG NAPASEN 30 maart 2008(Sas van Gent - Silvestermedaille voor Carolus)
Toen Johannes zijn evangelie schreef, was de kerk al lang en breed gevestigd. Wellicht al de vierde generatie van leerlingen. De kerk was, zo kunnen we in alle evangelies lezen, begaan met de vernieuwende kracht die uitging van de beweging van Jezus van Nazareth. Lucas spreekt van een storm, die de wereld op zijn kop zette. Jezus genas alle ziekten en kwalen en hij maakte duidelijk, dat wie honger hebben, te eten moet krijgen. Deel wat je hebt, en er is voor ieder genoeg, dat zeggen ons de wonderverhalen van de broodvermenigvuldiging. Men deelde het brood met iedereen, niemand die tekort kwam. Men zag het zelfs zo, dat als je niet deelde, Gods straffende hand onmiddellijk de dood veroorzaakte. Lees maar in de Handelingen het verhaal van Ananias en zijn vrouw Saphira. Niet delen is de Geest van de Heer verzoeken, en dat doe je niet ongestraft. De Handelingen beschrijven de eerste christenen als een soort communisme avant la lettre.Dat was in de eerste eeuw. De leerlingen waren zich hun leven ook niet zeker. Christenen werden vervolgd, misschien wel gezien als terroristen, die de bestaande verhoudingen wilden omkeren. Ze werden meedogenloos achterna gezeten, opgepakt, verraden, stierven de marteldood. Dat heeft zo’n paar eeuwen geduurd. Maar al in de tweede eeuw nam de hogere theologie de overhand. Jezus werd van een gewoon mens tot God gemaakt, zijn beweging werd in latere tijd een leer en het duurde niet meer zo lang, tot de kerk de officiële staatskerk werd. Aan het begin van de vierde eeuw koos keizer Constantijn eieren voor zijn geld en liet zich volgens de legende op zijn sterfbed dopen. Hij zou, nog steeds volgens de legende door de bisschop van Rome van een besmettelijke ziekte zijn genezen en als dank daarvoor gaf hij aan die bisschop, die toen ook al paus was, - de eerste in rang onder de bisschoppen -, een stuk grond in Rome cadeau, wat zou uitgroeien tot het zogenaamde Patrimonium Petri, het erfgoed van Petrus. Petrus, de eerste apostel ligt volgens de legende ook daar begraven. De paus, die dat cadeau van de keizer kreeg, was Sixtus I. Na zijn dood werd hij gezien als heilige. Het stuk grond is het begin van wat later zou uitgroeien tot de Kerkelijke Staat, die tot in de late Middeleeuwen en ook daarna zeer veel macht had, die natuurlijk door andere machthebbers werd bestreden. In de geschiedenislessen die wij kregen op de universiteit van Leuven, vertelde een Nederlandse professor rond 1968, dat kort nadat de kerk staatskerk was geworden, de bisschoppen de beschikking kregen over hét communicatiemiddel van de Romeinen: de postpaarden. Zij maakten daar zoveel gebruik van, aldus die professor, dat toen het er op aan kwam, dus toen het immense Romeinse Rijk aan de grenzen bedreigd werd door de oprukkende barbaren, de paarden zo moe waren, dat zij niet meer bruikbaar waren. En dat heeft mede geleid tot de ondergang van het Romeinse Rijk. Maar het recht om gebruik te maken van de communicatiemiddelen van de staat bleef ook in Nederland tot ver in de twintigste eeuw van kracht in de vorm van de portvrijdom. Pas onder het kabinet Lubbers is dat afgeschaft en werd de scheiding van kerk en staat in Nederland voltooid. Maar in vele andere landen is dat nog steeds gangbaar.Iedere zichzelf respecterende staat heeft in de loop van de eeuwen een stelsel in het leven geroepen om bepaalde ingezetenen van de staat vanwege hun belangrijkheid of hun verdiensten te belonen en te eren. Uit de geschiedenis kennen wij de orde van het Gulden Vlies, in Engeland kun je nog steeds tot ridder worden geslagen door het staatshoofd, in Nederland kennen wij de Orde van de Nederlandse Leeuw, de Orde van Oranje-Nassau, de Militaire Willemsorde, enz.
Ook de kerkelijke staat kent natuurlijk al sinds vele eeuwen hoge onderscheidingen. In 1841 hervormde paus Gregorius XVI de Orde van het Gulden Spoor, die de ridders het recht gaf een gouden spoor te dragen, om hun paard de sporen mee te geven, om tot de orde van Sint Silvester. De Pausen verleenden de onderscheiding aan katholieken voor culturele, wetenschappelijke, militaire en bestuurlijke verdiensten. De kerk was toen nog niet bezweken onder de vrijheidsstrijd van de Italianen. In 1905 hervormde Pius X de orde opnieuw. De orde wordt nu toegekend aan katholieken en niet-katholieken die zich in regionaal of diocesaan verband bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor geloof en/of Kerk, met name voor het apostolaat. De orde van Sint Silvester wordt hoogst zelden uitgereikt. En het heeft nog al wat voeten in de aarde, of het vergt nogal wat tijd, voordat de hoogste instantie, Rome dus, tot de toekenning beslist.In 1980 heeft de pastoor van de toenmalige parochie H. Maria Hemelvaart te Sas van Gent Carolus Roelandt gevraagd om lid te worden van de financiële commissie van die parochie, vanwege zijn financiële deskundigheid en zijn kerkelijke en maatschappelijke betrokkenheid. - Kennelijk had die pastoor oog voor kwaliteit van medewerkers. - Carolus heeft maatschappelijke betrokkenheid getoond door actief bestuurslid te zijn van vele plaatselijke verenigingen, zoals de voetbalvereniging Corn Boys, het Oranje-comité, maar ook door mensen gratis advies te geven als het financiële zaken betrof, zoals het invullen van belastingformulieren. Die hulp verleent hij niet alleen in Sas van Gent, maar ook ver daar buiten. Hij heeft voor deze maatschappelijke activiteiten enkele jaren geleden een Koninklijke Onderscheiding gekregen: Ridder in de Orde van Oranje Nassau.Aanvankelijk was hij eerst financieel adviseur, maar al spoedig administrateur van de parochie en enkele jaren later penningmeester. Hij was, toen de eerste samenwerkingsverbanden rond 1988 zich aandienden, een van de stimulatoren en werd in die tijd voorzitter van de Stuurgroep Kanaalzone Zuid, het samenwerkingsverband tussen de parochies van Sas van Gent, Philippine en Westdorpe. Hij was in die jaren zeer actief betrokken bij de opzet van de persoonsadministratie en diende en dient tot heden de landelijke leveranciers van de computerbestanden voor die persoons- en financiële administratie van advies vanuit zijn opgebouwde ervaringsdeskundigheid. Bij zijn werkgever Rabobank is hij lid van de Nationale Adviesgroep Contact met Kerken en heeft als zodanig voordelige tarieven voor de Kerken weten te verwerven. In de toenmalige parochie van Sas van Gent was hij zeer actief betrokken bij het Jongerenpastoraat en bij de organisatie van de kostersgroep. Toen de parochies van Sas van Gent, Philippine en Westdorpe een Personele Unie werden werd hij vice-voorzitter en penningmeester van deze PU. Vanaf 1994 werd hij een van de stimulatoren in de Stuurgroep van het regionale samenwerkingsverband Midden-Zeeuwsch-Vlaanderen en als gevolg daarvan penningmeester van de in 1997 opgerichte IPV Midden-Zeeuwsch-Vlaanderen en tevens vice-voorzitter. Hij was ook actief en stimulerend lid van de Stuurgroep die de fusie van de verschillende parochies in Midden-Zeeuwsch-Vlaanderen voorbereidde om te komen tot de ene Elisabeth-parochie die in 2003 door de bisschop van Breda in het leven is geroepen. Hij heeft de financiële en infrastructurele opzet van de Elisabeth-parochie voorbereid en als penningmeester tot zijn ontslag om gezondheidsredenen, gediend met de afsluiting van de jaarrekening van de Elisabeth-parochie over 2006 op 12 juni 2007. Bij de restauratie van de kerk van Zuiddorpe heeft hij een zeer grote en actieve rol gespeeld. Hij heeft samen met zijn vrouw de twee-jarige cursus van 60 bijeenkomsten van de pastorale school Zeeuws-Vlaanderen gevolgd en was één van de betrokken leiders bij de bisdommelijke bedevaart naar Rome. Een bedevaart die hij zelf als een van de hoogtepunten uit zijn leven beschouwt.Dat alles was voor het bestuur van de Elisabeth-parochie reden genoeg hem bij het bisdom van Breda voor te dragen voor de pauselijke onderscheiding tot Ridder in de Orde van Sint Silvester. Het bisdom heeft daarop per kerende post geantwoord, dat de Commissie Onderscheidingen op 20 september over deze aanvraag zou overleggen en tegelijk meegedeeld, dat de aanvraag en de toezending van de onderscheiding Ridder in de Orde van Sint Silvester 3-4 maanden bedroeg.Op 13 februari 2008 heeft het bisdom mij bericht, dat uit Rome de toekenning ontvangen was van de pauselijke onderscheiding Equis Sancti Sylvestri Papae (Ridder van de Heilige Paus Silvester) voor de heer C.A.M. Roelandt.Bij die onderscheiding hoort een document in het Latijn, gedateerd 22 december 2007, - ik lees dat graag voor, in de hoop dat U het Latijn nog machtig bent, .....Benedictus sextus decimus Pontifex Maximus precibus nobis adhibitis libenti animo concedentes, e quibus te accepimus de ecclesiae reique catholicae bono atque incremento bene meritum esse, ut patens gratae nostrae voluntatis testimonium promamus, te Carolum Alfonsum Mariam Roelandt e Dioecesi Bredanae Equitem Ordinis Sancti Silvestri Papae eligimus, facimus et renuntiamus, tibique facultatem tribuimus privilegiis omnibus utendi, quae cum hac dignitate sunt coniuncta, waarin staat dat paus Benedictus XVI aan jou Carolus vanwege je verdiensten voor de kerkelijke zaak en de katholieke goederen tot Ridder in de Orde van Silvester heeft gekozen en jou daarbij alle rechten verleent, die aan deze onderscheiding verbonden zijn.De versierselen bestaan uit een geëmailleerd gouden Maltezer kruis met aan de voorzijde een afbeelding van Paus Silvester I (314-325), de oorkonde en een boekwerk, waarin het gala-uniform staat afgebeeld, dat de onderscheidene met het daarbij behorende zwaard vanaf nu mag dragen. Carolus, graag wil ik je nu het gouden kruis behorende bij het ridderschap van paus Silvester opspelden.
Miel Erpelinck

Geen opmerkingen: